Reportage

Veggie voor elk seizoen

Stefaan Deraeve en zijn vrouw Katrien Steeman hadden volkomen traditionele eetgewoontes. Tot ze in de jaren 80 twee jaar naar Rwanda trokken om er een gezondheidscentrum te starten. Daar legden ze onbewust de grondslag voor de veggieburgers van La vie est belle. Dit jaar blaast het bedrijf 25 kaarsjes uit. Tijd dus om samen even terug én vooruit te blikken.

La vie est belle bestaat een kwarteeuw. Hoe is dat zo gekomen?

Wel, eigenlijk eten Katrien en ik al sinds 1982 vegetarisch. In de vroege jaren 80 trokken we naar Rwanda voor mijn burgerdienst. En daar was geen vlees, dus aten we elke dag rijst en bonen. Dat ben je snel beu. Dus begonnen we te experimenteren met granen, zaden en peulvruchten. Om toch wat meer variatie in onze voeding te brengen, hebben we ook een moestuin aangelegd. Dankzij onze opleiding als verpleegkundigen wisten we met welke combinaties we de juiste voedingsstoffen konden binnenkrijgen. En zo ontstond onze allereerste burger: de risottoburger, met rijst, prei en rode paprika.

Terug in België vroegen mensen ons vaak hoe we zonder vlees konden. Maar als je vlees en vis even wegdenkt uit je voeding, dan blijven er nog duizenden ingrediënten over. Katriens kookkunsten wekten veel bewondering op. De Trog, toen nog een kleine bakkerij, vroeg ons om onze veggieburgers in hun rekken te leggen. En de vraag blééf groeien, heel spontaan eigenlijk. Zo zag La vie est belle in 1992 officieel het levenslicht.

De inspiratie voor jullie eerste burgers kwam dus recht uit Afrika.

Dat klopt. Onze allereerste burgers smaakten net zoals onze Afrikaanse maaltijden. Ze waren vooral vleesvervangers. In België was dat iets volledig nieuws, want hier hadden ze in de jaren 90 amper van veggie gehoord. Vandaag is veggie volwaardig, vrolijk en plezant. Daarom vervangen onze nieuwste burgers geen vlees meer, maar staan ze culinair op zichzelf. Ze tonen dat de wereld rijk is aan ingrediënten om veggie vers, lekker, evenwichtig en gevarieerd te serveren. Onze zoon Lieven helpt Katrien nu mee in de keuken. Ze bepalen samen de smaken en upgraden de voedingswaarden. Zonder additieven, natuurlijk, want we hebben vanaf dag één gekozen voor 100 % biologisch, 200 % uit ons hart. En we maken nog steeds wat we zelf lekker vinden en thuis op tafel zetten.

Jullie maken ook seizoensburgers. Vanwaar dat idee?

Dat is altijd al een van mijn stokpaardjes geweest. Onze seizoensburgers zijn gemaakt met verse, seizoensgebonden ingrediënten. We willen ermee aantonen dat niet altijd alles zomaar beschikbaar is. De supermarkten hebben het hele jaar door wel alles in de rekken, en daar mogen we oprecht blij mee zijn. Maar dat strookt eigenlijk niet met de realiteit. We hebben in Rwanda geleerd blij te zijn met wat we hebben. Die boodschap willen we ook meegeven met onze seizoensburgers.

Hoe zijn jullie in de biowereld beland?

Wel, we kwamen sowieso al veel met fair trade in aanraking door ons verblijf in Rwanda. Bio was dan de volgende logische stap. Voor ons betekent het ook: verse grondstoffen uit de buurt gebruiken. Een korte keten, waarvan je weet waar de producten vandaan komen. Onze eieren bijvoorbeeld komen van een boer hier wat verderop. Onze quinoa wordt ook in de buurt geteeld. Met die boeren bouwen we duurzame relaties op. Maar ook onze medewerkers zijn belangrijk voor ons. Zo blijven we bijleren hoe we ons steentje kunnen bijdragen voor het milieu én voor onze medemensen. Want duurzaam, dat ben je niet, dat is een proces.

Hoe combineren jullie die duurzaamheid met groei?

We zijn inderdaad op 25 jaar tijd fors gegroeid, maar we willen onze kern, onze passie en onze relaties met mensen niet uit het oog verliezen. Ik vergelijk onze groei met die van een rode biet: spontaan, op onze eigen manier en op ons eigen ritme. Vandaar dat de doorsnede van een biet ook ons logo is. Mensen zijn de laatste tijd ook opnieuw bewust met voeding bezig. En ze willen kwaliteit op hun bord. Die evolutie vind ik mooi. Daarom willen wij het verhaal vertellen van betrouwbaarheid in je buurt, van verse en authentieke producten. De beste burger maak je natuurlijk zelf, maar je kan niet altijd zelf naar de boer gaan. Dus willen wij die schakel zijn.

En hoe vieren jullie je 25ste verjaardag?

Ik heb nog een droom te verwezenlijken. En die geef ik jullie in primeur mee: samen met Vredeseilanden ontwikkelen we momenteel een risottoburger voor lagereschoolkinderen. Da’s niet eenvoudig, want op schoolmaaltijden wordt er vaak bespaard. Dat zou niet mogen, want voeding is net iets heel intiems. Je verzorgt er je lichaam mee, dus waarom investeren we daar niet meer in? Mijn doel is bereikt als een kind aan z’n ouders vertelt dat hij dol is op die burger en hen zo overtuigt van de meerwaarde. Van die gedachte word ik enthousiast. En dan denk ik altijd terug aan m’n eerste burgers in Rwanda.

De vegetarische burgers en bereidingen van La vie est belle vind je in de versmarkt én bedieningstoog van je Bio-Planet.

Wie?

Stefaan Deraeve

 

Wat?

La vie est belle

 

Waar?

Oostkamp

Foto's