Reportage

Toca Honey: proef het verschil

Welkom in het idyllische Spanje, land van wijn en … honing. Honingproducent Toca verzorgt in de wilde, ongerepte natuur van Galicië in het noordwesten van Spanje zwermen biobijtjes die honing met heerlijk uitgesproken smaken maken. We spraken met Pablo Villasenin Sanchez, medewerker van het eerste uur.

Wanneer en hoe is Toca van start gegaan?

Toca is eigenlijk het levenswerk van onze oprichter David Corral. Tijdens zijn jeugd in de bergen van Galicië ontstond z’n passie. Zijn familie had namelijk bijenkorven voor eigen gebruik. In de jaren 70 besloot David om van zijn hobby zijn beroep te maken en imker te worden. Zo zag Toca het levenslicht, in de bergen van z’n jeugd. Hier leven de bijen nog in het wild, samen met de beren, ver weg van gewone landbouw. En we houden ook vast aan onze Spaanse tradities.

 

Welke tradities zijn dat dan?

Wel, in het rurale Galicië van de 19de eeuw leefden de meeste mensen van landbouw. Zeker hier in de bergen. Honing was ook een heel belangrijk voedingsmiddel. Elke familie had zijn eigen bijenkorven. En die plaatsten ze in typische noord-Spaanse ‘albarizas’, stenen omwallingen die de korven beschermden tegen de beren. Zo’n muur bouwen was hard werk in de bergen, in hartje niemandsland, dat getuigt hoe belangrijk honing was in die tijd. De populatie bruine beren neemt de laatste jaren weer toe. Zo’n twintig keer per jaar vallen ze onze bijenkasten aan. Dus besloten we om de oude albarizas te gebruiken en nieuwe bij te bouwen. Trouwens, naar verluidt betekent ‘alba’ ook ‘veel licht’, en dat klopt eigenlijk wel, want albarizas werden traditioneel altijd aan de zonnekant van een heuvel gebouwd. Zo krijgen de bijen heel veel zonlicht.

 

Is biologisch productie dan een natuurlijk gevolg?

Dat is inderdaad volledig natuurlijk gegroeid, dankzij de ongerepte natuur waarin we produceren. Vanaf het begin produceerden we honing met respect voor onze bijen en hun omgeving. Er was toen nog geen enkele wetgeving rond biologisch bijenhouden in Spanje. Die kwam pas op in de late jaren 90.

 

Jullie voldeden dus van nature al aan alle voorwaarden?

Dat klopt. We voeren de bijen bijvoorbeeld nooit bij met suiker, maar enkel met hun eigen honing. We gebruiken ook geen pesticides. Varroamijten bijvoorbeeld krijgen sowieso al minder kans, omdat onze bijen in de winter geen honing produceren. Bovendien verplaatsen we de bijenkasten nooit, dus onze bijen leiden een zo goed als stressvrij leven en worden niet snel ziek. En natuurlijk zorgt dat voor betere honing. Bijenkasten moeten volgens de wet in een gebied staan waar er in een straal van 3 km geen industrie, niet-biologische landbouw of snelwegen zijn. Ik kan me voorstellen dat dat in België bijna onmogelijk is. Dan biedt onze Spaanse honing uit de vrije natuur een mooi en toch lokaal alternatief.

 

Proef je het verschil met conventionele honing?

Enorm! Onze biologische honing heeft een veel uitgesprokenere smaak dan conventionele varianten. Die smaken heel vaak flets. Industriële honing wordt verwarmd en gefilterd. Zo krijg je eigenlijk gewoon een mix van suikers, zonder de goede eigenschappen zoals enzymen, stuifmeel en propolis. Die blijven bij ons wel bewaard, want we filteren of verwarmen onze honing niet. Hoe meer stuifmeel er aanwezig is in je honing, hoe sterker de smaak.

 

Hoe maken jullie het verschil met andere leveranciers?

Sommige producenten importeren honing en verkopen dat dan als ‘lokaal product’. Dat kan voor ons niet door de beugel. Daarom maken wij er een punt van om 100 % lokaal te produceren en rechtstreeks contact te hebben met onze klanten. Lokaal én in een korte keten, zodat iedereen kan traceren hoe onze honing wordt gemaakt.

 

Hoe wordt jullie honing dan precies gemaakt?

We doen alles volledig zelf, elke stap, van in het bos tot in het potje. Zo werken we gegarandeerd met pure, natuurlijke materialen. In januari en februari bereiden we onze kasten en pollenvallen voor zodat die in de lente in de bergen kunnen geplaatst worden. En we gebruiken bijenwas van onze eigen bijen om de kasten te onderhouden. In de winter houden de bijen een winterslaap. De werkbijen beschermen hun koningin en geven haar warmte. Bij de eerste zonnestralen in maart begint de koningin eitjes te leggen. De eerste werkbijen gaan dan stuifmeel halen om de kleintjes te voeden. Wij kunnen dan ook dat stuifmeel oogsten uit de kasten, maar wel heel voorzichtig. We zorgen er altijd voor dat er meer dan genoeg stuifmeel overblijft zodat de bijen zichzelf kunnen voeden. Als de zwerm goed gevoed is, beginnen de bijen met het oogsten van de honing. Eerst de monoflorale honing: struikhei in juni, dan kastanje in juli. De multiflorale berghoning oogsten de bijen pas in september. En wij volgen natuurlijk het ritme van onze bijen. Een zwerm produceert gemiddeld 20 kg honing per jaar. In september zorgen we er dan voor dat elke zwerm kan overwinteren met 10 kg eigen honing.

 

Honing bestaat dus in verschillende soorten. Hoe krijgen die hun specifieke smaak?

Onze honing komen van verschillende locaties in de bergen. De nectar van de flora bepaalt de samenstelling, eigenschappen en smaak van de honing. Elke bijenzwerm zit op een andere locatie, en zorgt dus voor een andere honingvariëteit. Zo hebben we bijvoorbeeld berghoning, honing met eucalyptus en kastanjehoning. We kopen ook nooit andere honing aan, al onze honing is 100 % lokaal van bij ons. Zo zullen we dus nooit acaciahoning verkopen, want dat komt niet voor bij ons.

 

Toca blijft dus trouw aan haar roots.

Absoluut. En dat zal altijd zo blijven. We focussen op honing van de beste kwaliteit van gezonde en blije bijen. Zonder stress, zonder ziektes, zonder chemische middeltjes. En als we zo blijven verder doen, dan ziet onze toekomst er rooskleurig uit.

Toca laat ons meegenieten van hun prachtige natuur in dit filmpje:


Meer weten over honing? Lees alles over biohoning, hoe je die bewaart en wat je er zoal mee kan doen in onze rubriek product in de kijker.

 

Foto's