Reportage

Scharrelkippen van eigen bodem

Een heerlijk zachte smaak en lekker mals vlees. Wie af en toe biokip op tafel zet, weet het wel. Dankzij het plantaardige voeder en de tijd die de kippen krijgen om te groeien, proef je duidelijk het verschil met traditionele kippen. Dat vindt ook Steven Jespers, algemeen directeur van pluimveeslachterij Belki. “We werken samen met een zestigtal vaste kippenhouders. Zo zijn we zeker van een constante, uitstekende biokwaliteit.”

Hoe zijn jullie in de biowereld beland?

Na de dioxinecrisis eind jaren 90 steeg de vraag naar alternatief kippenvlees. We gingen op zoek naar landbouwers die bereid waren om biokippen te kweken, maar dat liep niet van een leien dakje. Onze eerste biopluimveehouderij was een struisvogelbedrijf, later bouwden we een varkensstal om. Maar stap voor stap raakten meer en meer kwekers overtuigd en groeide ons aantal pluimveehouders. Vandaag verwerken we zo’n 85.000 kippen per dag, waarvan 5.000 biokippen. Een deel wordt als volledige kip opgebonden, van de rest maken we koude kippenbereidingen.

 

Met wie werken jullie zoal samen?

95 % van onze biopluimveehouders komt uit Wallonië. Daar is nog meer ruimte die geschikt is voor buitenloop. Bovendien is de schrale landbouwgrond er minder duur dan in Vlaanderen en zijn de boeren dus sneller geneigd om er kippen op te houden. Onze pluimveehouders werken op hun beurt samen met een vaste leverancier, zowel voor kuikens als voor het voeder. Zo zijn we continu zeker van een uitstekende kwaliteit, en zijn onze kippen op slachtrijpe leeftijd allemaal min of meer gelijk.

 

Welke eisen stellen jullie aan de kippen?

We kiezen uitsluitend voor een authentiek, traag groeiend kippenras. Die dieren ontwikkelen eerst een stevig skelet, pas daarna maken ze vlees aan. Dat is een pak gezonder voor de kippen. Ze zijn supersterk en gehard tegen de wisseling van de seizoenen. Biokippen krijgen dan ook minstens 70 dagen om tot volle wasdom te komen. Dat is twee keer zo lang als bij standaardkippen.

 

En het welzijn van de kippen staat op de eerste plaats.

Natuurlijk. De kippen kunnen vrij rondlopen in openlucht. Elke kip krijgt er maar liefst 4 m² weidegrond om te pikken en te scharrelen. En ook in de stallen is er veel ruimte: max. 10 kippen per m² en 4.800 kippen per stal. Dat zorgt voor minder stress, is goed voor de dieren … en voor hun vlees. Het voeder dat ze krijgen is volledig biologisch. Het bestaat voor minimaal 95 % uit grondstoffen afkomstig van nabije biologische landbouw. Zo houden we de ecologische voetafdruk ook laag. Het voeder is volledig plantaardig, vrij van dierlijke vetten of dierenmeel. Daardoor oogt vlees van biokippen wat geler.

 

Hoe verwerken jullie het vlees dan?

De biokippen komen altijd eerst aan de slachtlijn en die verwerken we zo snel mogelijk. Dat verloopt strikt gescheiden. We nemen ook alle volgende schakels op ons. We gebruiken alle stukken van de kip: voor volledige braadkippen, voor kipfilets of bouten, of voor bereidingen zoals gehakt, chipolata of hamburgers. Zelfs de karkassen die overblijven worden verwerkt tot biovoeding voor huisdieren.

 

En hoe smaakt zo’n biokippetje in vergelijking met een gewone kip?

Het vlees van biokippen heeft een opvallend fijne smaak in vergelijking met dat van gewone kippen. Ook heeft het een vastere textuur en is het vetarm. Dat verschil kan je verklaren door de voeding die de kippen krijgen. Biokippen krijgen een rijkere voeding dan standaardkippen: per kg krijgt een levende biokip 2,8 kg voeder, terwijl een standaardkip maar 1,5 kg krijgt. Dat aan de biokip door de tragere groei minder vlees zit, staat buiten kijf. Maar ook hier geldt: less is more.

Foto's