Reportage

Wat zit er in mijn verwerkte biologische voeding? (en wat niet?)

Biologische voeding? Die is natuurlijk zo puur mogelijk, maar om producten te bereiden of te verwerken heb je toevoegingen nodig. Zonder kan niet, al bevatten biologische voedingsmiddelen uiteraard zo weinig mogelijk additieven. Wat mag er wel en wat mag er niet in zitten? Een overzicht, van A(roma’s) tot Z(out).

Aroma’s
Aroma’s geven een smaak of geur aan voeding. Kunstmatige aroma’s horen niet thuis in verwerkte bio-voeding, natuurlijke aroma’s mogen wel als ze vrij zijn van ggo’s (genetisch gemodificeerde organismen). Natuurlijke aroma’s in bio-voeding hoeven wel niet van biologische oorsprong te zijn. Door de kleine vraag ernaar en het complexe productieproces is het economisch niet haalbaar om deze natuurlijke aroma’s te produceren met biologische ingrediënten.


E-nummers
E-nummers mogen gebruikt worden in biovoeding, maar niet allemaal. Op de toegelaten lijst van het Europees onderzoeksinstituut EFSA staan ondertussen meer dan 300 E-nummers, maar de strikte Europese bio-wetgeving stelde een lijst van 48 goedgekeurde additieven op voor biovoeding. Bewaarmiddelen, smaakversterkers, kleurstoffen of kunstmatige aroma’s mogen niet gebruikt worden in bioproducten.


GGO
In de klassieke teelt wordt soms gewerkt met GGO’s, genetisch gemodificeerde organismen. Zo krijgen planten, dieren of micro-organismen door het toevoegen van andere genen nieuwe eigenschappen. Aardappels worden zo bijvoorbeeld resistent tegen ziekteverwekkers, maïs bijvoorbeeld onvruchtbaar zodat de boer verplicht is jaarlijks nieuwe zaden te kopen. Omdat de langetermijngevolgen niet bekend zijn, mogen GGO’s niet gebruikt worden in biologische voeding.
 

Gist, enzymen & co
Biergist, bakkersgist of bepaalde zuurselculturen worden al van oudsher gebruikt bij de  bereiding van bijvoorbeeld zuivel, brood, bier ,... Deze micro-organismen en enzymen mogen ook gebruikt worden bij de bereiding van biologische voedingsmiddelen, op voorwaarde dat ze niet genetisch gemanipuleerd zijn. Gist kan uiteraard biologisch zijn, op termijn zal daarom het gebruik ervan verplicht worden door de biowetgeving.
   

Hulpstoffen
Sommige stoffen worden gebruikt bij de bereiding van een product, maar zijn geen ingrediënt. Zo wordt bijvoorbeeld citroenzuur of melkzuur gebruikt om de zuurtegraad te regelen van het pekelbad bij de productie van kaas, maar zit het niet in kaas zelf. Bij bioproducten zijn maar een beperkt aantal van deze technische hulpstoffen toegelaten. Daarom is het bijvoorbeeld onmogelijk om bioquorn te maken, omdat de hulpstoffen en technieken die daarvoor nodig zijn, niet toegelaten zijn in de bio-industrie.
 

Ingrediënten
De landbouwingrediënten in een biologisch voedingsproduct zijn in principe 100 % afkomstig uit biologische landbouw. In de biowetgeving is wel een lijst van een dertigtal niet-biologische ingrediënten bepaald die je als producent in gewone, gangbare kwaliteit mag gebruiken omdat ze niet of niet voldoende in biovariant te krijgen zijn. Samen mogen ze echter niet meer dan 5 % van je bereide of bewerkte product uitmaken en ze mogen ook niet genetisch gemanipuleerd zijn. Biologisch bier is hier een mooi voorbeeld van.
 

Techniek
De voedingsindustrie gebruikt heel wat technieken om voedsel te modificeren. Zo worden bijvoorbeeld gamma- of röntgenstralen gebruikt om voeding langer houdbaar te maken. Via nanotechnologie worden nanodeeltjes, micropartikeltjes die kleiner zijn dan 100 nanometer in doorsnee en die onzichtbaar zijn voor het blote oog, gebruikt om de kleur, de geur, de vloeibaarheid of de textuur van bepaalde levensmiddelen te verbeteren. In biovoeding mogen deze twee technieken niet gebruikt worden.
 

Zout & water
Water en zout mogen altijd gebruikt worden in biologische producten.

ONTDEK NOG MEER: WAT ZIJN DE VALKUILEN BIJ HET LEZEN VAN ETIKETTEN? >