In de kijker

Palmsuiker palmt je in

Zetten we zoet op tafel, dan doen we dat gewoonlijk met geraffineerde kristalsuiker. Maar wist je dat het ook natuurlijker kan? Met ongeraffineerde palmsuiker, puur natuur. Z’n bruine kleur en karamelsmaakje palmen je zó in.

Pure palm

De naam zegt het al: palmsuiker wordt gewonnen uit het sap van palmbomen. Er bestaan bijna 4.000 palmboomsoorten, dus we zijn er nog niet helemaal. Onze palmsuiker wordt gewonnen uit de suikerpalm, ook gekend als de arengapalm. Herkomst? Het tropische Zuid-Oost-Azië.

Het sap wordt afgetapt door een stukje van een bloeiende tak af te snijden. Dan druipt het sap zo uit de bomen. Tot wel 20 liter per dag, per palm. Door het sap langzaam in te dampen of in te koken, ontstaat de suiker. Ongeraffineerd en puur natuur. Dus alle natuurlijke voedingsstoffen blijven behouden. Hoe langer je het sap inkookt, hoe harder de suiker en hoe donkerder de kleur. En hoe donkerder de kleur, hoe meer de suiker naar karamel smaakt. Eigenlijk doet ie dan wat denken aan bruine suiker.

 

Stichting Masarang

Onze palmsuiker komt uit Indonesië, van Stichting Masarang. Hun missie luidt: natuurbescherming door samenwerking met en versterking van de lokale bevolking. Door herbebossing wil Masarang bestaand regenwoud beschermen en nieuw bos creëren. De suikerpalm speelt hierin een centrale rol. En het woud heeft ook een groot ecologisch en economisch potentieel, goed voor de biodiversiteit én de lokale bevolking.

 

De ene palm is de andere niet

Palmsuiker en z’n broertje kokosbloesemsuiker worden vaak verward. Niet verwonderlijk, want ze komen allebei van palmbomen. Kokosbloesemsuiker wordt ook vaak kokospalmsuiker, of gewoon palmsuiker genoemd. Ze zien er ook allebei ongeveer hetzelfde uit, dankzij hun bruine kleur. Maar hun namen lichten al een tipje van de sluier op: de suiker van de kokosbloesem komt uit de bloesems van de kokosnootpalm. Palmsuiker komt uit de takken van de arengapalm. En om babylonische spraakverwarring te vermijden: palmolie komt ook van andere palmbomen dan de suiker.

 

Tropisch tintje in je keuken

Met palmsuiker kan je in elk gebak gewone suiker vervangen. Hij geeft je deeg wel een donkerder kleurtje en een karamelachtige smaak. Ook in hoofdgerechten palmt ie je zo in. In Thailand is de suiker een basisingrediënt in elke keuken, bijvoorbeeld in een Thaise curry. En in Indonesië maken ze er bijvoorbeeld gadogado mee, een groentegerecht met ei, pindasaus en rijst.

De laatste jaren wint palmsuiker ook in onze contreien aan populariteit. En terecht, want je kan er echt alle kanten mee uit. Palmsuiker geeft een heerlijke zoete smaak aan je smoothie, yoghurt en muesli. Maar je kan ook gewoon een schepje door je thee of koffie roeren. Nog zoethoudertjes gezocht? Probeer dan eens deze klassieke chocolademoelleux. Of wil je het tropische klimaat op je bord brengen? Dan zet je een crumble met tropisch fruit op tafel.

 

Altijd anders: gevulde appeltjes uit de oven

Verwijder het klokhuis uit 4 appelen met een appelboor. Meng 2 eetl. boter met 100 g palmsuiker, de zaadjes van 1 vanillestokje, een snuifje kaneel en een snuifje gemalen kardemom. Vul de holtes van elke appel met de vanilleboter. Zet de appelen in een ovenschaal en bak 20 à 25 min. in een voorverwarmde oven, op 200 °C. Lekker met een bolletje ijs.