In de kijker

Echt goed met de juiste vetten

Vetten hebben geen al te beste reputatie. Ze worden al snel bestempeld als overbodig, ongezond en ‘dikmakers’. Dat is niet altijd terecht, want vetten zijn een belangrijke energiebron voor het lichaam. Ze leveren ook vitamines en essentiële vetzuren die onmisbaar zijn voor een goede gezondheid. Het hangt er vooral van af welke vetten je gebruikt.

Verzadigd of onverzadigd?

Op basis van hun scheikundige structuur kunnen vetten ingedeeld worden in verzadigde en onverzadigde.
 

Verzadigde vetten en transvetten zijn geen goede keuze: ze doen je cholesterolgehalte stijgen en verhogen het risico op hart- en vaatziekten. Verzadigde vetten zitten bijvoorbeeld in boter, harde margarines, slagroom, hard frituurvet, volle melk, koekjes, chips en chocolade.
 

Onverzadigde vetten zijn een betere keuze: ze bieden bescherming tegen hart- en vaatziekten en zorgen ervoor dat je hersenen goed functioneren. Ze zitten in olie, maar ook in avocado, vette vis en noten.
 

Hoe herkennen? Bij kamertemperatuur is verzadigd vet gestold en onverzadigd vet vloeibaar.

Dierlijk of plantaardig?

Vetten van dierlijke oorsprong bevatten in het algemeen meer verzadigde (dus ongezonde) vetzuren. Uitzondering hierop zijn de vetten van vis.

Plantaardige vetten bevatten doorgaans meer onverzadigde vetten en zijn dus een betere keuze. Maar ook hierop zijn er uitzonderingen. Zo bevatten kokosolie en palmpitolie verzadigde vetten.

Zichtbaar of onzichtbaar?

Zichtbare vetten zijn onder andere olie, boter, margarine, minarine, mayonaise, room en vetranden bij vlees.

Onzichtbare vetten zitten ‘verstopt’ in voedingsmiddelen. Denk aan vetrijke en zoete snacks (chips, koekjes, taart, chocolade), charcuterie, noten en vette vis. De meeste van deze vetten, op noten en verse vis na, worden industrieel verwerkt. Dat zorgt ervoor dat de kwaliteit van de vetten erop achteruit gaat.